Home

Het aantal eenpersoonshuishoudens in Nederland neemt snel toe. In 1995 was dat 32,6% van alle huishoudens. In 2018 is dat gestegen tot 38,1%. Leidt die toename nu ook tot een afname in Amsterdam van huishoudens met kinderen?

Als ik de krantenkoppen moet geloven, verlaten steeds meer gezinnen Amsterdam. Maar eigenlijk is dat niets nieuws. Het kenmerk van Amsterdam is immers dat er altijd een enorme doorstroom is. Vooral als er kinderen in een gezin komen, stijgt de aantrekkingskracht van het ‘huisje, tuintje, boompje’ buiten de stad.

Stijgende cijfers

Maar leidt deze trek er nu ook toe dat in Amsterdam het aantal gezinnen met kinderen afneemt. Tijd om het CBS te raadplegen! Daaruit blijkt dat tussen 1995 en 2018 het aantal huishoudens met kinderen met bijna een kwart is gestegen.

Nu zegt dit getal niet alles. Je kan dit ook afzetten tegen de groei van de stad. Maar ook dan laat het CBS tussen 1995 en 2018 een lichte stijging van gezinnen met kinderen zien: van 22% naar 24,3% van het totaal aantal huishoudens. Redelijk stabiel dus, zeker als je het afzet tegen de enorme stijging van eenpersoonshuishoudens in Nederland. Dan zou je toch andere cijfers verwachten.

Waar komen al die krantenkoppen dan vandaan? Die zijn vermoedelijk afgeleid van de cijfers van de afgelopen vijf jaar. Vanaf 2009 – het begin van de financiele crisis – zie je dat huishoudens met kinderen langer in Amsterdam blijven wonen. Dat had ongetwijfeld te maken met het feit dat de koopmarkt instortte. Als je huis minder waard is geworden, wacht je even met verhuizen. Nu de koopmarkt aantrekt, zie je een inhaaleffect. Men verlaat alsnog Amsterdam.

Opgeblazen nieuws

De effecten daarvan zijn beperkt maar worden in het nieuws opgeblazen. Amsterdam heeft nog steeds meer huishoudens met kinderen dan in de jaren ’90. Gezinnen met kinderen vluchten dus niet de stad uit. Ze blijven er onveranderd wonen, wat de krantenkoppen ons ook toeschreeuwen. Fijn gevoel, toch?