Home

170 woningcorporaties en Urgenda bundelden deze week hun krachten. Samen toonden ze de route naar duurzaam en betaalbaar wonen. Een prachtig initiatief, niet alleen vanwege de inhoud. Deze samenwerking toont aan dat maatschappelijke organisaties meer samen moeten optrekken. Dat past ook bij de historie en positie van corporaties.

De WRR heeft dat goed in beeld gebracht. Simpel gesteld maakt de WRR het volgende driezijdige onderscheid: ondernemingen zijn gericht op winst, politieke partijen willen vanuit een bepaalde ideologie de staat besturen, maatschappelijke organisaties staan voor specifieke of algemene gemeenschapsbelangen. De samenwerking tussen Urgenda en de corporaties is een bundeling van publieke krachten, gericht op het bereiken van maatschappelijke doelen en het daarbij beinvloeden van het politieke bestuur.

Meer krachtenbundeling

Eigenlijk vindt die bundeling van maatschappelijke krachten veel te weinig plaats. Dat zie je in het dagelijkse werk van maatschappelijke organisaties. Directe, onderlinge samenwerking zonder overheidsbemoeienis zie je weinig. De focus op de overheid is enorm. Dat komt ook omdat de overheid zichzelf meestal ziet als de generaal die het maatschappelijk middenveld moet sturen. Daar zijn de meeste systemen ook op ingericht. Dat kan goed werken, maar het tegendeel wordt ook dagelijks bewezen.

Een goed functionerend land heeft belang bij evenwichtige verhoudingen tussen staat, gemeenschap en markt. Het is aan maatschappelijke organisaties om daarin een eigen, actieve rol te spelen. Maatschappelijke organisaties mogen door de staat of ondernemingen niet langs de zijlijn worden gedwongen. Meer samenwerking tussen maatschappelijke organisaties kan dat voorkomen. Daarbij zijn huurdersorganisaties al een natuurlijke partner voor corporaties. Deze week werd duidelijk dat meer maatschappelijke allianties mogelijk en nodig zijn. Wat mij betreft is Urgenda een mooie opstap naar meer samenwerking met andere maatschappelijke organisaties. Ik kijkt daar reikhalzend naar uit.