Home

Corporaties gaan efficiënter werken en het toezicht wordt scherper. Het lijkt de natte droom van elke politicus, corporatiebestuurder en toezichthouder. Niets op tegen natuurlijk, want daar valt nog veel te winnen. Maar hoe komt het toch dat ik er een ongemakkelijk gevoel bij hou?

In mijn achterhoofd speelt daarbij het historische beeld van de komst van het stoomschip. Toen het stoomschip opkwam, voerde het zeilschip een doodsstrijd. Veel trotse schippers en reders vonden dat die stinkende stoomboot het nooit zou mogen winnen van de schoonheid van het zeilschip. We kwamen in het tijdperk dat de indrukwekkendste zeilschepen zijn gebouwd. Ze werden mooier, groter en efficiënter. Maar helaas, het zeilschip vocht een verloren strijd. Het stoomschip als concept was superieur aan dat van het zeilschip.

Is de huidige corporatie te vergelijken met het zeilschip? Als ik om me heen kijk, is iedereen bezig te voorkomen dat het corporatieschip zinkt. Gaten in de romp worden gedicht, extra zeilen worden gehesen, de bemanning wordt gedrild. Elke wervingsadvertentie voor een nieuwe corporatiebestuurder vraagt om een schipper die hier goed leiding aan kan geven. De koers van de sector is helder: we gaan het nog beter doen! Maar wie van ons vindt nu het stoomschip uit?

Op de cover van het laatste Aedes Magazine schreeuwde een uitspraak van Martin van Rijn ons tegemoet: ‘vernieuwing moet uit de praktijk komen’. Maar bij mij blijft de vraag hangen hoeveel corporaties nu echt bezig zijn met vernieuwing? Sommigen zullen zeggen dat Wonen 4.0 de echte vernieuwing is. Maar dat is een systeemverandering, geen vernieuwing van het concept van de corporatie. Wonen 4.0 kan ons daarbij wel inspireren.

Voor mij blijft het de grote vraag waar het stoomschip op dit moment wordt uitgevonden? Of wat eigentijdser geformuleerd: wie weet hoe het corporatieschip van de 21e eeuw er uit kan zien?