Met spanning keek ik, en met mij vele corporaties, naar de eerste echte boodschap van minister Elanor Boekholt-O’Sullivan over de Nationale Prestatie Afspraken (NPA). Het kabinet zegt ‘volledig gecommitteerd’ te zijn aan die afspraken. Wat een teleurstelling bekroop mij na het lezen van de eerste voorstellen van de regering. Of was het vooral boosheid die mij overspoelde?
Dat corporaties bijna €20 miljard aan investeringsruimte tekortkomen, erkende het kabinet al direct bij haar aantreden. In reactie hierop bevatte het coalitieakkoord een pleister op de wonde door vanaf 2028 de vennootschapsbelasting te verlagen met een bedrag dat jaarlijks oploopt tot € 325 miljoen. Dat is een pleister die vooral door een volgend kabinet wordt betaald. Het hoopgevende nieuws was dat de minister een ‘onafhankelijke adviescommissie’ instelt die voor de langere termijn kijkt naar de toekomstige opgaven van corporaties en financiering hiervan. Bij de Autoriteit Woningcorporaties hebben ze het dan over een ‘systemisch’ onderzoek.
Er is alle reden om dit initiatief toe te juichen. We moeten immers een systeem veranderen dat niet meer functioneert. En dat vraagt wijs denkwerk. Op zo’n moment onderdruk ik mijn wantrouwen. Zo’n commissie kan je immers ook instellen om het vraagstuk voor je uit te schuiven. Zeker als de minister zegt dat het gaat om de opgaven van corporaties ‘na 2035’.
Oplopend tekort
Maar goed, in principe ben ik positief ingesteld. Maar dan komt deze week de Minister met een brief met nieuwe rekensommen. Ze grabbelt vrolijk wat mogelijke voordeeltjes bij elkaar en buigt het grote tekort om in een plusje. Het komt dus goed, is de boodschap. En passant benoemt ze nog wel wat negatieve trends en macro-economische onzekerheden. En de ambities voor andere grootse plannen uit het coalitieakkoord, waaronder het uitfaseren van energielabel C en D, worden buiten beschouwing gelaten. Aedes trekt hierover heldere conclusies: het financieel tekort gaat alleen maar oplopen. En zonder snelle maatregelen gaan corporaties het tempo van 25.000 nieuwe woningen niet volhouden ‘en zeker niet versnellen naar de benodigde 35.000’, aldus Aedes.
Kort geleden ontvingen corporatiebestuurder en hun interne toezichthouders een brief van de Autoriteit Woningcorporatie (AW) over het opstellen van hun meerjarenbegroting. In die brief wordt scherp verwoord dat de beschikbare corporatiemiddelen niet toereikend zijn. Maar tegelijkertijd worden corporaties opgeroepen om niet vroegtijdig te remmen. ‘Omdat bijsturen door projecten te stoppen, of uit te stellen, veel gemakkelijker is dan het weer op gang krijgen’. Dat laatste zal elke corporatiebestuurder onderkennen. Maar hoe moet je nu aankijken tegen de oproep om niet vroegtijdig te remmen?
Wijsheid
De AW verwacht wijze besluitvormingsprocessen bij corporaties. Ze deelt hiervoor vele tips en strategieën. En ze benoemt ook de risico’s. In de brief wordt ook ruim aandacht besteed aan de rol van het interne toezicht bij de corporaties. Die wordt nadrukkelijk in stelling gebracht om tot realistische plannen te komen. De AW verwacht ook dat het interne toezicht in haar jaarverslag een toelichting geeft over de wijze waarop zij betrokken is bij de totstandkoming van de meerjarenbegroting. De werking van de checks & balances wordt nog eens (terecht) benadrukt.
Maar hoe werkt dat nu in de praktijk? Besturen bestaat niet alleen uit het systematisch alle overwegingen op een rijtje te zetten en indringend te bespreken en af te wegen. Bottom line gaat om het inschatten van risico’s en om de vraag welke risico’s je bereid bent te accepteren.
Ik proef daarin een omslag die van twee kanten wordt gevoed. Allereerst zien bestuurders dat hun investeringscapaciteit achteruit holt. En daarmee de remweg steeds korter wordt. Dit ongemak wordt nog eens gevoed door algemene risico-inschattingen. In jaarverslagen van corporaties kan je die inschattingen terugvinden. En bijna overal staat de onbetrouwbaarheid van de politiek bovenaan. Dat scoort hoog op zowel ‘de kans op ellende’ als de ‘impact’ die dat heeft op de bedrijfscontinuïteit.
Risicobereidheid
Als eenmaal blijkt dat de risicobereidheid te groot was, dan ligt de verantwoordelijkheid daarvoor primair bij het corporatiebestuur en de interne toezichthouders. Als het fout gaat, wordt overal ‘ach en wee’ geroepen, het hardst door de politiek. Ik begrijp het dus wel dat de risicobereidheid bij corporaties lijkt af te nemen. Het vertrouwen in de politiek is al laag en de nieuwe minister lijkt dat nog eens te voeden. En de minister weet ongetwijfeld dat vertrouwen te voet komt en te paard gaat. Zou ze daar nog wat mee doen? Ik heb er een hard hoofd in, maar ik blijf optimistisch.
.
Blogs en columns van Léon Bobbe rechtstreeks in jouw mailbox? Schrijf je hier in.
