Home

In corporatiewoningen wonen steeds meer kwetsbare mensen. Daardoor neemt de overlast toe en de leefbaarheid af. Deze onthutsende uitkomsten uit onderzoek van Aedes heeft veel corporaties aan het denken gezet. Ook De Key. Daarom staat nu een nieuw woonbeleid in de steigers.

Wat laat onderzoek zien?

Het meest schokkende beeld uit het Aedes-onderzoek vond ik de grafiek die de veranderingen in de loop der jaren zichtbaar maakt. In twintig jaar steeg bij corporaties het aantal laagste inkomens met meer dan 50%. Het aantal midden en hoge inkomens is gehalveerd.

De roots van corporaties ligt bij het huisvesten van de brede groep van lage en midden inkomens. Bewust rijksbeleid zorgt er nu voor dat corporaties steeds meer een residuele functie krijgen op de woningmarkt: ze mogen alleen nog maar de onderkant van de markt bedienen. Dat betekent steeds meer kwetsbare mensen in corporatiewoningen. De leefbaarheid van corporatiebezit komt daarmee onder druk. De verschillen tussen zwakke en goede buurten worden sinds 2012 steeds groter.

Gelukkig vindt niet in al het corporatiesbezit die neergang plaats. Met name daar waar gemeenten, corporaties, politie, zorg en welzijn langdurig en intensief samenwerken, blijft de leefbaarheid op peil.

Woonbeleid De Key

Bij het hereiken van ons huurbeleid, deed zich een kans voor om bij te dragen aan leefbare buurten. Huurbeleid gaat over de juiste prijs voor een woning. Het nu ontwikkelde Woonbeleid gaat over meer dan dat. Het beantwoordt niet alleen de vraag over de prijs van de woning maar ook de vraag waar we mensen willen huisvesten. En hoe we daarmee kunnen bijdragen aan leefbare buurten en complexen?

Het basisprincipe

De oplossing bleek simpel. In Amsterdam is afgesproken dat 70% van de corporatiewoningen naar mensen moet gaan die recht hebben op huurtoeslag (= primaire doelgroep) en 30% naar mensen die daar geen recht op hebben (= secundaire doelgroep). Wij hebben nu het voornemen om die verdeling zo veel mogelijk op ons hele bezit toe te passen. Dus in elk complex. En zowel binnen als buiten de ring.

Hoe ziet dat er uit?

In een complex hebben woningen meestal dezelfde grootte. En bij nieuwe verhuringen dus ook dezelfde huur. In het nieuwe woonbeleid krijgt 70% van de vrijkomende woningen een huur onder de huurtoeslaggrens. En 30% boven de huurtoeslaggrens.

Met die percentages kunnen we natuurlijk gaan spelen als er ergens geen evenwicht is tussen primaire en secundaire doelgroep. Dan gaan meer nieuwe verhuringen naar de ondervertegenwoordigde doelgroep.

Twee-huren-beleid

Dit lijkt enigszins op het twee-huren-beleid dat sommige corporaties voeren. Daarbij wordt de huurprijs aangepast aan het inkomen van de kandidaat die bovenaan de wachtlijst staat. Dat is ook charmant maar daarmee kunnen bepaalde complexen nog steeds een scheve doelgroep-opbouw krijgen.

Inclusieve Stad

Voorzichtig durven we ons beleid ‘inclusief woonbeleid’ te noemen. We gebruiken de ons ter beschikking staande instrumenten om een zo groot mogelijke inkomensspreiding over ons bezit te bereiken. Daarbij weten we dat een echt ‘inclusieve stad’ meer vraagt.

Binnen De Vernieuwde Stad, een netwerk van grote, stedelijke corporaties, zijn we op zoek naar de ‘receptuur voor veerkrachtige wijken’. Daar zie ik steeds meer bruikbare recepten langskomen. En dan gaat het dus niet alleen om wat corporaties kunnen bijdragen, maar vooral hoe er intensief tussen partijen kan worden samengewerkt. Ik kijk uit naar steeds meer recepten!