Home

Amsterdamse corporaties verlagen tussentijds de huurprijzen voor huurders met een laag inkomen. Dat is afgesproken in de Amsterdamse prestatie-afspraken. Deze week zag ik daarover cijfers van De Key langskomen. Hier alvast een doorkijkje.

In 2019 is bij 759 huurders de huur verlaagd. De totale huurverlaging bedraagt € 32.671,- per maand. Dat is € 392.052 over het gehele jaar. En gemiddeld € 43,- per huurder per maand.

Tot op heden hebben in 2020 185 huurders een huurverlaging gekregen. De gemiddelde verlaging ligt op € 22,- per maand. De grootste verlaging bedraagt € 127,- per maand; de kleinste verlaging drie cent.

Deze ontwikkeling doortrekkend ontvangt De Key in 2020 van zo’n 1000 huurders een half miljoen euro minder huur. Dat zijn goed bestede euro’s. Ze komen terecht bij de huurders die het hard nodig hebben. Wat opvalt is dat de gemiddelde verlaging in 2020 is gehalveerd. Wellicht komt dit omdat De Key de afgelopen jaren de huren boven de huurtoeslaggrens terughoudend heeft verhoogd.

Wat is er afgesproken in de prestatie-afspraken?

Bij huurders die drie jaar een inkomen hebben van 120% van het Wettelijk Sociaal Minimum of lager wordt de huur verlaagd naar de voor de huurders geldende aftoppingsgrens. Corporaties verlagen ook de huur van huurders met in het voorgaande jaar een inkomen waarbij ze recht hebben op huurtoeslag, maar een huur boven de huurtoeslaggrens.

Waarom voor deze huurders geen verdere verlaging van de huren?

Voor mensen met een laag inkomen, wordt de betaalbaarheid van de huur bepaald door de hoogte van de huur in combinatie met de huurtoeslag die wordt ontvangen. Als de huur tot onder de huurtoeslaggrens wordt verlaagd, levert dat de huurder meestal geen voordeel op. Men ontvangt dan minder huurtoeslag waardoor de netto huurlast voor de huurder gelijk blijft. Met het verlagen tot op de huurtoeslaggrens, wordt dus een onnodig grote huurverlaging voor de corporatie voorkomen. Er is dus sprak van een optimale huurprijsverlaging.