Collectief wonen verandert de markt, de gemeenschap wint terrein

Samen met vastgoedontwikkelaars uit heel Europa nam ik tien jaar geleden in Berlijn deel aan The Class of 2020. Op dit jaarlijkse evenement worden ideeën en projecten over collectieve woonconcepten uitgewisseld. Frank van Uffen van de Social Hub is al jaren de grote aanjager van deze conferenties.

Indertijd gaf deze conferentie mij de inspiratie om bij Lieven de Key op zoek te gaan naar collectieve woonvormen. Daarbij bouw je primair geen huizen maar communities waar huurders samen bouwen aan hun toekomst. Deze zoektocht naar collectieve woonvormen heeft bij Lieven de Key geresulteerd in vele projecten met als voorlopig hoogtepunt het project ‘Lieven’ dat door de BNA verkozen is tot het ‘Beste gebouw van het jaar 2023’ in de categorie ‘leefbaarheid & sociale cohesie’.

Dit denken over collectieve woonconcepten is al lang niet meer uniek. We lezen er bijna elke week over. AM Wonen introduceerde indertijd de friendswoning en scoorde recent – samen met Woonzorg – met de Stadsveteraan 020. Portaal weet met vele collectieve woonprojecten ook van aanpakken. Maar ook de enorme aantrekkingskracht en groei van het aantal Knarrenhoven spreekt boekdelen. En diverse wooncoöperaties laten ook met prachtige projecten zien dat de behoefte aan andere woon- en eigendomsvormen groot is. 

Gemeenschapscorporatie

Samen wonen, samen leven’ is dus mainstream aan het worden. Het is niet voor niets de titel van de nieuwe Aedes-visie. Het gaat over ‘naar elkaar omkijken’ en het daarvoor ‘domeinoverstijgend samenwerken met andere betrokken partijen’. Woningstichting TIWOS bouwt hierop al verder en verkent de mogelijkheden om een ‘gemeenschapscorporatie‘ te worden. Andere corporaties volgen dit met nieuwsgierigheid.

Op wat voor manier nestelt de gemeenschapsgedachte zich nu in visies en missies van corporaties? En hoe verhoudt dat zich tot de traditionele taak van ‘goed en betaalbaar wonen’? De historie van corporaties laat zien dat woningen steeds weer andere doelen dienden. Dat begon bij gezondheid en emancipatie, het raakte verweven met stadsvernieuwing en stedelijke herstructurering, en gaat nu vaak over zaken als leefbaarheid, zorg, armoedebestrijding, eenzaamheid en veiligheid. 

Nieuwe visie

Hoe past de gemeenschapsgedachte in deze ontwikkeling? Op basis van gesprekken met bestuurders hoor ik een regelmatig terugkerende visie. Die visie ziet er ongeveer als volgt uit:

Onze corporatie is een sociale huisvester die bijdraagt aan goed samenleven. Wij versterken gemeenschappen, waar mensen naar elkaar omkijken en het collectief handelingsvermogen kunnen herwinnen. Zo dragen wij bij aan leefbare buurten en het welbevinden van bewoners. Dat doen we samen met onze maatschappelijke partners.

In deze visie is ‘goed samenleven’ het bovenliggende doel; de woning het middel. Met behulp van collectieve woonvormen worden gemeenschappen in de corporatiebuurten versterkt. Die versterking van gemeenschappen draagt vervolgens bij aan een aantal ‘lager’ gelegen doelen als leefbaarheid en welbevinden.

Vertaald naar rollen ziet dat er ongeveer als volgt uit:

Collectief handelingsvermogen

Het meest uitdagend in de hiervoor opgestelde visie vind ik de behoefte om het ‘collectief handelingsvermogen’ te herwinnen. Waar komt dat vandaan, zullen sommigen zich afvragen. In feite komen we hier bij de kern van de denktransitie. 

Door jarenlang overheidsbeleid vindt in het woningbezit van corporaties een uitsortering van kwetsbare mensen plaats. Dat leidt tot een toename van eenzaamheid, overlast, onveiligheid en kansongelijkheid die alleen maar erger wordt als er niets verandert. 

De instituties kunnen het niet meer oplossen, het vertrouwen in hen is verdwenen. Er was een tijd dat het vergroten van de ‘eigen kracht’ het antwoord daarop was. Maar dat blijkt niet voldoende. Er wordt nu meer gezocht naar wegen om samenredzaamheid en gemeenschapszin te vergroten. 

Daaraan kan de corporatie enorm bijdragen door te bouwen voor gemeenschappen en hen de ruimte te geven voor eigen initiatieven. Is dat een taak van een woningcorporatie? Jazeker, want daar ligt de oorsprong van corporaties. Ze zijn opgericht om hun eigen gemeenschap te versterken. Dat verleden gaan corporaties op een eigentijdse manier weer omarmen. Of zoals TIWOS dat zo lekker lelijk en onontkoombaar definieert: corporaties gaan ‘van neo-liberaal naar neo-communaal’. 

Samenlevingsopbouw

Voor corporaties lijkt de trend gezet: bouwen gaat niet alleen meer om stenen en mensen, maar ook om samenlevingsopbouw. Ook ontwikkelaars en architecten spelen in op deze maatschappelijke trend. Voor hen is er een markt om te bedienen. Ik ben benieuwd hoe dit de vastgoedmarkt de komende jaren verder gaat veranderen.

.

Blogs van Léon Bobbe als eerste in jouw mailbox? Schrijf je hier in.

Deze tekst is ook gepubliceerd in Vastgoedjournaal.nl