Nieuwe verbouwing van de woonruimteverdeling komt er aan

Schaarse woningen moet je eerlijk verdelen. Oppervlakkig gezien is iedereen het daar mee eens. Maar wat is eerlijk? In de afgelopen decennia veranderden ideeën daarover continu. Ook nu weer, gewoon omdat oude woonruimteverdelingssytemen niet meer eerlijk zijn. Hoe ziet die vernieuwing er uit? En waar komen we ook al weer vandaan?

Tot de jaren negentig wisten wijze ambtenaren wat eerlijk was. Zij bekeken de lijst met woningzoekenden en zochten daar zelf een geschikte woning bij. Zo’n woning kon je maar enkele keren weigeren, anders kwam je weer onderop de stapel. Verdelen was distribueren.

Van distributie naar aanbod

De grote kanteling komt met het ‘aanbodmodel’. Iedereen kan reageren op vrijkomende woningen, de woningzoekende met de langste inschrijfduur krijgt de betreffende woning. In sommige gemeenten wordt de ‘inschrijfduur’ vervangen door ‘woonduur’. Dit om doorstroming te bevorderen. En om starters toch ook een kans te geven, wordt soms een deel van de vrijkomende woningen verloot onder jongeren.

Van spanning naar ontspanning

Omdat rond de eeuwwisseling woningschaarste afneemt, wordt het aanbodmodel opgepimpt met het ‘optiemodel’ en met ‘directe bemiddeling’. Bij het ‘optiemodel’ kan je al inschrijven op woningen die nog worden verhuurd. Als die dan leegkomen, sta je vooraan in de rij. Bij de ‘directe bemiddeling’ begeleidt de corporatie je in de zoektocht naar een andere woning.

Aangeland op kantelpunt

Door de extreem toegenomen schaarste zijn deze verdeelmodellen nu minder bruikbaar of oneerlijk geworden. Toetreders op de woningmarkt, veelal jongeren, hebben door het systeem geen kans meer op een woning. Woonruimteverdeling houdt vooral een systeem van ‘haves’ en ‘havenots’ in stand. Het is dus zoeken naar een nieuwe definitie van ‘eerlijk’. 15 gemeenten in Noord Holland komen tot een nieuw hoofdcriterium: een vrijkomende woning gaat naar de woningzoekende die dit ‘het hardst nodig heeft’.

Het hardst nodig

Maar hoe bepaal je wie een woning het hardst nodig heeft? Daarvoor zijn vier criteria aangelegd. Voor elk criterium kan je punten krijgen. Het meest vernieuwende criterium is ‘actief reageren’. Woningzoekenden die actief zoeken, verdienen elke maand een punt. Verder krijgen woningzoekenden in bepaalde nijpende situaties ook extra punten. Tenslotte wordt inschrijftijd met 1 punt per jaar gewaardeerd. Daarnaast krijgen jongeren waarvan het jongerencontract afloopt in sommige gemeenten eenmalig extra punten.

Het aardige van deze systematiek is dat je ook weer punten kan verliezen, als het er op lijkt dat een woning niet meer hard nodig is.

Voor- en nadelen puntenmodel

Begin 2023 treedt het nieuwe model in werking. Het model heeft als grootste nadeel dat het ingewikkeld is. Niet alleen voor de woningzoekenden maar ook voor de ICT-ers om het systeem te laten werken.

Winst is dat de ‘havenots’ weer een kans op een woning krijgen. Maar misschien wel het grootste voordeel is dat je de systematiek kan bijsturen. Je kan andere puntenaantallen toekennen of criteria wijzigen zonder het hele systeem over de kop te gooien. Daarbij is het ook een systeem dat in elke woningmarktregio zijn eigen invulling kan krijgen. Ik vermoed dat veel andere gemeenten gaan volgen.

.

Voetnoot: Voorgaande veranderingen hebben geen betrekking op urgentiebepalingen. Het systeem van urgentiebepaling, voor mensen die echt urgent zijn en dus snel een woning nodig hebben, blijft ongewijzigd bestaan naast dit nieuwe puntenmodel.

.